Grutte Pier wordt door de Friezen gezien als één van de grootste Friese verzetshelden aller tijden. Hij was één van de twee leiders van de Friezen, verenigd in het rebellenleger van de Arumer Zwarte Hoop.

Pier heette eigenlijk Pier Gerlofs Donia en is geboren in het dorpje Kimswerd in Friesland. Zijn Friese bijnaam, “Grutte Pier” of “Greate Pyr” betekent net als in het Nederlands: Grote Pier (Grote Peter). Deze beroemde boer uit Kimswerd maakte zich begin zestiende eeuw hard voor een onafhankelijk Friesland. Hij ligt begraven in de Martinikerk van Sneek. Zijn standbeeld staat in Kimswerd.

Standbeeld bij Kimswerd

Familie van Grutte Pier

Grutte pier kwam uit een bijzondere familie. Zijn moeder was van adel, en stamde af van ridders. Zijn vader was boer. Omdat Pier’s vader boer was, hoorde Pier zelf ook boer te worden. Dit gebeurt tegenwoordig ook nog vaak dat de zoon eigenaar wordt van de boerderij.

De oorlog in Friesland

In het jaar 1515 zat Friesland en de rest van Nederland vol met soldaten van de Zwarte Band. Dit waren Duitse landsknechten in dienst van de Saksen. Het waren soldaten en de mensen waren er bang voor. Grote Pier niet, die was een reus van een man. In 1515 kwamen ze naar zijn dorp, Kimswerd en brandden het plat. Grote Piers boerderij brandde af en zijn vrouw en zoon kwamen om.

Einde Oorlog

De Friese vrijheid is in de verschillende gebieden op verschillende manieren ten onder gegaan. In West-Friesland eindigde de vrijheid met de verovering door de graven van Holland. De Friese Ommelanden in Groningen kwamen steeds verder onder invloed van de stad Groningen, in Oost-Friesland door de vorming van een graafschap, en in het huidige Friesland door de uiteindelijke nederlaag tegen de de hertog van Saksen die de aanspraken van de graven van Holland had overgenomen.

Hoe sterk was Grutte Pier?

De kracht van Grutte Pier is altijd wel wat een raadsel gebleven. We kunnen dit namelijk niet meer na gaan. Volgens de verhalen kon hij zijn duim en wijsvinger buien en kon hij een paard van 500 kilo optillen in zijn nek. Zo wordt er gezegd dat hij muntstukken tussen zijn duim en wijsvinger kon buigen en dat hij zo sterk was dat hij een paard van 500 kilogram kon optillen en op zijn nek kon dragen. Ondanks zijn eigen lengte (2 meter 15) had hij een zwaard van 2,13 meter dat nog een stuk langer was dan hijzelf. In 1519 ging Grote Pier in Sneek wonen. Hij stierf daar in het jaar 1520, hij was 40 jaar oud.